zondag 28 februari 2016

Birth Of Joy - Get Well

Suburban, 2016

Live: Birth Of Joy & Breaking Levees

Metropool, Hengelo

Zaterdag 27 februari 2016 

 


Twee jaar na 'Prisoner' komt Birth Of Joy met zijn vierde lp/cd en gaat het trio weer uitgebreid de Nederlandse clubs af. Metropool in Hengelo is een van de leukste poppodia van Nederland en een van de eerste die door Birth Of Joy wordt aangedaan met de nieuwe plaat op zak.

Get Well
Om meteen met de deur in huis te vallen: die nieuwe plaat is het beste wat Birth Of Joy tot nu toe heeft uitgebracht. Niet dat er veel mis is met 'Make Things Happen', 'Life in Babalou' en 'Prisoner', maar 'Get Well' is diepgaander, veelzijdiger en meeslepender. De opzwepende sound is intact gebleven, maar er is meer ruimte gecreëerd voor langzamere tracks die stuk voor stuk erg sterk zijn. Afgewisseld met een paar zeer energieke uptempo nummers zoals we die van Birth Of Joy gewend zijn (een enkele keer doet het zelfs aan Zen Guerrilla denken), leidt het tot een gevarieerd maar coherent geheel

Dat de muziek van de bezetting gitaar-drums-orgel af ten toe refereert aan The Doors en in mindere mate Deep Purple, is geen enkel probleem. Birth Of Joy vervalt niet in citaten en heeft meer dan voldoende eigen smoel om ver te blijven van epigonisme. Rock & roll, boogie, psychedelica, bluesrock, hardrock en stonerrock, het is er allemaal op 'Get Well' en het is rete-retro, maar het draagt een onmiskenbaar Birth Of Joy-stempel.

Een bas is niet aanwezig maar wordt totaal niet gemist. Dat is vooral te danken aan het pompende orgel van Gertjan Gutman, dat voor een volle sound zorgt. Er is ook ruimte om cum laude afgestudeerde conservatoriumdrummer Bob Hogenelst zijn inventiviteit te laten tonen, maar binnen de songs; nergens leidt het tot maar enige vorm van egotripperij. Kevin Stunnenberg overtuigt als gitarist en als zanger.

'Get Well' is een verduiveld lekker album. De langzamere tracks leiden niet tot energieverlies en de plaat is goed opgebouwd. Er staat niet één minder nummer op. Dat maakt dat het moeilijk favorieten kiezen is, maar dat is een luxe-probleem. 

CD-presentatie
Op zaterdag 27 februari 2016 komt Birth Of Joy de nieuwe plaat voorstellen in Hengelo en vanavond zijn lp en cd voor de helft van de normale verkoopprijs te koop. Na afloop van het concert vinden beide items gretig aftrek. En dat zegt wat over het optreden dat eraan vooraf gaat. Want 'Get Well' mag dan een steengoede plaat zijn, het is nog altijd afwachten hoe de nieuwe nummers vallen bij het publiek en hoe die nummers passen bij het oude materiaal. In beide gevallen zit dat wel snor.

Opvallenderwijs staat de band geprogrammeerd in de kleine zaal van Metropool (in de grote zaal vindt een David Bowie-tribute plaats) en die is dan ook stijf uitverkocht. Birth Of Joy had in de grote zaal niet misstaan. Gutmans orgel staat helemaal rechts op het podium opgesteld en Stunnenberg staat uiterst links, waardoor het publiek een goed zicht heeft op de drumkunsten van Hogenelst. 


Vanaf het begin doopt Birth Of Joy de volle zaal om in een dampende ketel. Het duurt niet lang voordat een moshpit ontstaat en gedurende het concert keert dat fenomeen vaak terug. De band speelt al snel een gewonnen wedstrijd want het publiek is razend enthousiast. Birth Of Joy blijkt dan ook een zeer opwindende liveband.

Waar de muziek op 'Get Well' aan diepgang heeft gewonnen, geldt dat live ook zo. Waar menig bandje moeite heeft om het publiek bij de les te houden in rustiger passages of langzamere stukken, houdt dit trio de aandacht moeiteloos vast in songs als Meet Me At The Bottom en Get Well. Stunnenberg is een bevlogen linkerfrontman, al heeft hij aanvankelijk wat opmerkingen in huis die op wat chagrijn duiden. Naarmate het optreden vordert, verdwijnt dat echter. 

Muzikale minpuntjes zijn er wel. Zo zingt Stunnenberg een enkele keer vals en komt het orgelspel van Gutman minder goed naar voren dan op de platen. Daar staat tegenover dat de gitaar lekker luid in de mix staat en de energie die de band overbrengt op het podium nog veel beter tot zijn recht komt dan in de studio. Anderhalf uur duurt het concert, waarin ook wat ruimte is voor jams, en die vervelen geen moment. Zelfs de vermaledijde drumsolo ergens aan het einde van het optreden kan wel bekoren. Birth Of Joy treedt nog vaak op de komende tijd, dus gaat dat zien.

Breaking Levees
Het zou onterecht zijn om geen woord te wijden aan het voorprogramma, want dat is gewoon goed. Breaking Levees speelt een korte set met op Amerikaanse leest geschoeide rock. Het geluid is opvallend goed; alle instrumenten komen uitstekend naar voren en dat geldt ook voor de zang. Gitaristen Hector Wijnbergen en Thijs Elzinga nemen om beurten de fijn klinkende leadvocalen voor hun rekening.  


Het songmateriaal van Breaking Levees is solide en de ietwat belegen rock heeft live net dat scherpe randje dat nodig is om het interessant te houden. De band is bezig met het opnemen van een ep. Hopelijk weet men daarop de live-energie te vangen, zodat het resultaat van de studio-inspanningen niet te braaf wordt.

http://www.birthofjoy.com/ 

http://www.breakinglevees.com/





vrijdag 26 februari 2016

Morast - Demo

Totenmusik, 2015

 


'No spark remains - no sign of hope.' Met die weinig opbeurende woorden wordt de bezoeker op de Big Cartel-site van het Duitse Morast verwelkomd. Wie de muziek van het viertal uit Nordrhein-Westfalen beluistert, zal beamen dat het motto goed gekozen is. Op de eerste proeve van bekwaamheid leidt de zware en zwartgallige muziek evenwel tot een positief gemoed. 'Demo' is al digitaal verschenen op 24 december 2015, maar is nu ook verkrijgbaar op cd en tape.

Leden van Morast zijn ook te vinden in de bands Blackwhole, Serpent Eater, Grim Van Doom en Nightslug. Laatstgenoemde band kwam vorig jaar met de ijzersterke lp 'Loathe', een bak morsige sludge die de omschrijving 'filth' die Nightslug aan zijn eigen muziek geeft volledig verwerkelijkt. Zo vies als Nightslug klinkt Morast op 'Demo' niet, maar het blijft een smerige bedoeling.

Morast speelt death/doom metal, meer doom dan death, met een flinke dosis sludge. De basis wordt gevormd door de bas en een laag gestemde gitaar en de vier nummers kunnen worden gekenschetst als zwaar, donker en onesthetisch. Het tempo is redelijk traag, maar ligt niet dermate laag dat de dynamische kracht verloren gaat. 

De muzikanten laten zich slechts aanduiden met de eerste letter van hun voornaam. Zanger F's vocalen bewegen zich ergens tussen hardcore en crustpunk, en klinken somber, grimmig en boos. Dat is precies wat deze metal nodig heeft, maar het is vooral instrumentaal dat de band volop overtuigt. R's bas en J's gitaar spelen beide een hoofdrol op de plaat, vinden een voortreffelijke mix tussen doom metal, sludge metal en death metal en weten vooral de ene prachtige doomriff na de andere te produceren.

'Demo' is goed geproduceerd door Laurent Teubl van Chapel Of Disease, klinkt lekker sludgy, maar ook helder genoeg om niet te verzanden in een brij. Toch zouden L's drums nog wat vetter mogen klinken. De songs op 'Demo' zijn alle vier sterk, maar zouden soms nog een beetje aangescherpt mogen worden, want niet alles is over de hele linie overtuigend. Het intro van Alleingang, slechts bestaande uit twee bastonen en vocalen, laat in de zang teveel pathos toe en dat staat de band niet goed. Het wordt al snel goedgemaakt en Alleingang doet uiteindelijk niet onder voor de andere drie nummers op 'Demo'. 

De instrumentale stukken zijn vaak om de vingers bij af te likken. Of het nu de beukende riff is waarmee Purging begint, of het lange slot van The Cold Side Of Bliss: steeds weet Morast de juiste dosis donkerte en agressie te creëren. Gitaarsolo's zijn er niet veel, ze zijn niet snel maar wel effectief en passen perfect bij de zware muziek. Hoogtepunt is ook het instrumentale stuk van Error, met een ontstemde bas en veel feedback op de gitaar. 

Metal is een populair genre in Duitsland, maar daar waar het bij onze Oosterburen welig tiert van de middelmatige power metalbands, is het goed te horen dat het land ook de nodige vette sludge- en doom metalbands herbergt. Morast is er een van en de band toont op deze debuut-ep (demo) dat er veel potentieel aanwezig is. In de gaten houden dus. De Duitsers spelen op 10 april in Little Devil, Tilburg.

https://morast.bandcamp.com/releases 

woensdag 24 februari 2016

Skullfuck - Day Of The Black Sun

Norwegianism, 2016

 


Uit het Spaanse Málaga komt het sax-drums duo Skullfuck, niet te verwarren met de Finse death metalband met dezelfde naam. Daniel Vega speelt drums en didgeridoo en Aquileas Polychronidis (kortweg Aki Pó) tenorsaxofoon, bekkens en elektronica. De muziek is vaak net zo subtiel als de bandnaam, maar het is te makkelijk het bij die constatering te laten

'Day Of The Black Sun' werd al in 2014 opgenomen, maar is nu op cd uitgebracht door het Nijmeegse Norwegianism Records, een label dat cd's in kleine oplage uitbrengt (van deze cd zijn er vijftig geperst) en zich specialiseert in onder andere noise, freejazz, drone en grindcore. De muziek van Skullfuck is de vijftiende uitgave van het label en het is er eentje die beslist aandacht verdient.

Wie ervan houdt een flinke muzikale opdoffer te ontvangen, is bij Skullfuck aan het goede adres. Het duo weet met hun beperkte instrumentarium maximaal effect te sorteren. De experimentele en soms maniakale freejazz en noise haalt herhaaldelijk meedogenloos uit en dat komt hard aan. De explosieve, slechts dertig seconden in beslag nemende opener Animal Desquiciado spreekt wat dat betreft boekdelen; het bestaat uit een korte reeks agressieve frasen: hard, strak en kordaat.

Het daaropvolgende African Exorcism wordt gekenmerkt door tribale drums, een verrukkelijke, steeds terugkerende saxofoonlick en krijsende en overstuurde saxklanken. Meest noisy stuk op de plaat is het hysterische M's & M's Pounding Heads, dat inderdaad als een muzikale kopstoot kan worden getypeerd en waarin de saxofoon bijna als een volledig overstuurde gitaar klinkt. In het korte Hair Gum wordt een repeterende saxmelodie afgewisseld met ontregelende ritmiek.

Grappig is dat Skullfuck juist het langste nummer op de cd Premature Ejaculation heeft genoemd. Vega mag lang solo zijn rommelende drumkunsten vertonen, voordat Pó invalt met lange en vervormde saxtonen en hij uiteindelijk alleen overblijft. En dan is het stil. Afgelopen is de cd echter niet, want vijf minuten later volgt nog een mystery track, die het wachten zeker waard is. Vega legt met zijn didgeridoo een drone, later vergezeld van rudimentaire tromslagen en de spanning verhogende percussie. De saxofoon doet pas de laatste anderhalve minuut mee

Skullfuck is niet voor één gat te vangen, heeft schijt aan hokjes en doet gewoon waar het zin in heeft. Op dit korte debuut (vierendertig minuten inclusief vijf minuten stilte) laten de Spanjaarden horen dat het maken van opwindende muziek vrij simpel kan zijn: slechts een paar instrumenten, een bak elektronische effecten en er vol voor gaan doen de truc. En die truc doen de twee Spanjaarden goed op 'Day Of The Black Sun'. Er zijn er dus maar vijftig van. Een goed verstaander weet genoeg.

https://skullfuck.bandcamp.com/ 

https://norwegianismrecords.wordpress.com/ 



maandag 22 februari 2016

The Scrap Dealers - After A Thousand Blows

Jaune Orange, 2016

 


Na twee ep's is het Waalse vijftal The Scrap Dealers toe aan zijn eerste album. De vorige, titelloze ep wekte geen al te grote verwachtingen voor deze plaat, maar de garagerock met psychedelische inslag mocht er wezen en meer van hetzelfde en dezelfde kwaliteit zou al leiden tot enig optimisme. Het mag helaas niet zo zijn.

Waar op 'The Scrap Dealers' de garagerock overheerste, trekken de Walen op 'After A Thousand Blows' meer de kaart van de psychedelische rock. De scherpste garagekantjes zijn eraf gesleten en het energiepeil is wat naar beneden geschroefd. En dat is jammer. De opwinding die de ep veroorzaakte, wordt door het album niet geëvenaard. Het kost zelfs regelmatig moeite om de aandacht vast te houden.

Gebleven is de sound van de band, die je als lo-fi zou kunnen omschrijven, ware het niet dat daarmee ook een genre wordt aangeduid en daarmee hebben The Scrap Dealers niets van doen. Het ongepolijste geluid is wel een pluspunt en dat geldt ook voor de mooie repeterende patronen die de grondslag voor de meest nummers vormen. Met de eentonige zang komt de band echter niet meer weg. Op 'The Scrap Dealers' werd dit probleem door het zeer behoorlijke songmateriaal naar de achtergrond verdrongen, maar de beuzelachtige stem van Hugues Daro begint nu toch echt te storen.

Toch kent 'After A Thousand Blows' wel een paar sterke momenten, aan het begin en aan het einde van de lp. De stuwende opener Walking Alone belooft nog veel goeds. De zangmelodie is verre van opzienbarend en na de eerste strofen zelfs zeer voorspelbaar, maar de kracht van het nummer zit in de heerlijk stuwende ritmesectie en het psychedelische gitaarwerk. De afsluiter, het tien minuten durende I Lost My Faith is een vet aangezette psychjam waarin je heerlijk kunt gaan hangen. Het had wellicht twee minuten korter gekund, maar ach...

Grootste manco van de plaat is dat The Scrap Dealers er nergens in slagen een memorabele melodie te produceren. Waar op de ep dat nog enigszins werd verhuld door een energieke aanpak, gebeurt dat op 'After A Thousand Blows' stukken minder en blijkt dat het vooral matige sixtiesdeuntjes zijn die de plaat bevolken. De lekkere sound van de band kan het euvel onvoldoende verhelpen. Zo kan de heerlijk stuwende riff van Keep My Silence Safe de zeurende melodie en mediocre zang niet verhullen.

De vuige garagerock van 'The Scrap Dealers' heeft plaatsgemaakt voor merendeels psychedelische rock die op zich best lekker klinkt, vooral in de openingstrack, maar die al met al te weinig geruchtmakend is om een hele plaat te blijven boeien. Het is vergeefs snakken naar een garagepunk-song zoals Step Brother dat er een was op de laatste ep. Op de momenten dat The Scrap Dealers met minder stomende nummers als That's What We Call Love voor de dag komen, vallen ze genadeloos door de mand.

'After A Thousand Blows' maakt dus de niet eens zo hoog gespannen verwachtingen niet waar. Het album laat een een band horen met een lekkere sound maar een gebrek aan goede ideeën. Van een echte deceptie kan niet worden gesproken, maar 'middelmatigheid troef' is een kwalificatie waaraan niet valt te ontkomen. 

https://thescrapdealers.bandcamp.com/