woensdag 23 december 2015

Opduvel jaarlijst 2015


Eh ja, ook Opduvel doet mee aan de jaarlijkse lijstjesmania. Altijd een klus want teveel moois gehoord en nooit helemaal eerlijk, want platen die in oktober, november en december zijn uitgekomen liggen nog vers in het geheugen, daar zit de sleet nog niet op, terwijl de tand des tijds al is gaan knagen aan albums uit de eerste maanden van dit jaar. 

Maar goed, hieronder het Opduvel-lijstje voor 2015. Geen gedoe met zogenaamd spannend van tien naar één aftellen, maar gewoon de lijst in juiste volgorde. Wat mij betreft zijn alle tien platen memorabel, maar toch moet de kanttekening gemaakt worden dat, mocht ik over twee of drie weken nog een keer zo'n een lijstje moeten samenstellen, het er alweer anders uit zou kunnen zien.


1. Dead Neanderthals - Endless Voids 


Opgenomen tijdens het Incubate Festival van 2014, maar op cd en lp verschenen in 2015: de fantastische dark-ambient trip die 'Endless Voids' heet. Otto Kokke (saxofoon) en René Aquarius (drums) laten zich bijstaan door zes andere muzikanten en het resultaat is adembenemend en houdt de luisteraar ruim tachtig minuten lang aan de stoel gekluisterd.

2. The Thing - Shake 


The Thing is een constante factor in mijn jaarlijstjes: in 2012 op twee met 'The Cherry Thing' (de samenwerking van The Thing met Neneh Cherry), in 2013 op één met 'Boot!' en nu weer op twee met opvolger 'Shake'. Krachtige powerjazz met sterke eigen stukken en niet voor de hand liggende covers die zonder uitzondering sterk uitpakken.

3. Fantoom - Sluimer 


Waar The Thing door de jaren heen opduikt in mijn jaarlijstjes, doet het Nijmeegse duo Dead Neanderthals dat liefst drie keer in één jaarlijst. Dit keer als onderdeel van Fantoom, dat verder bestaat uit Dirk Serries (gitaar) en zijn echtgenote Martina Verhoeven (bas). Een verkennende zoektocht tussen vier gelijkwaardige muzikanten die blijft verbazen.

4. Dead Neanderthals - Worship the Sun 


En dat is nummer drie. In september, toen Opduvel nog maar nauwelijks was bijgekomen van 'Endless Voids', plaatste het Nijmeegse Dead Neanderthals opnieuw een voltreffer. Kokke dit keer op sopraansaxofoon en Aquarius die in het eerste stuk zijn drums geselt met brushes(!). Behoorlijk extreem maar prachtig.

 5. Cannibales & Vahinés - Songs For a Free Body


Drie Franse muzikanten en G.W. Sok die zingt, dat is Cannibales & Vahinés. De tweede plaat van dit kwartet bevat inventieve avant-garde rock, een heerlijk vrij door de muziek bewegende baritonsaxofoon, sterke teksten en Sok die zijn bijtende voordracht laat horen maar soms ook gewoon mooi zingt.

6. Dikeman / Parker / Drake - Live at La Resistenza



Saxofonist John Dikeman speelt met de ervaren freejazz-rotten William Parker (bas) en Hamid Drake (drums) de sterren van de hemel tijdens het laatste concert in jazzcafé La Resistenza te Gent. Magistrale freejazz.

7. High on Fire - Luminiferous



Metalplaat van het jaar. High on Fire stelt nooit teleur en anno 2015 klinkt de band beter dan ooit. Matt Pike heeft zijn alcoholverslaving aangepakt en is beduidend fitter dan voorheen. Dat was te zien en te horen tijdens een fantastisch optreden in de Melkweg in Amsterdam op 6 november en eerder dit jaar al te horen op het ijzersterke 'Luminiferous'.

8. Die Nerven - Out 


Derde plaat van dit nog jong ogende Duitse noiserock-trio. Live een stelletje klojo's, maar de muziek is niet te versmaden. Dynamiek en onderhuidse spanning verpakt in knappe songs. En gezongen in het Duits, een verademing tussen het veelvoud aan Engelstalige bands.

9. Baroness - Purple 


Nog maar net uit maar met recht bij de eerste tien. Na een paar flinke tegenslagen (bijna fataal busongeluk, lange revalidatie, vertrekkende ritmesectie) slaat Baroness keihard terug met hun beste plaat tot nu toe. Gelaagde maar toegankelijke rocksongs die tot meebrullen uitnodigen.

10. Polkaholix - Sex & Drugs & Sauerkraut 


Vreemde eend in de bijt? Misschien. En er valt ook best wat aan te merken op deze plaat. Zo zijn niet alle covers even sterk. Maar hee, Opduvel leeft helemaal op van polka die flink rockt en dat doet dit gezelschap uit Berlijn op 'Sex & Drugs & Sauerkraut' volop. "Rock & Roll, Punk & Ska: Alles Polka!", een motto om in te lijsten.

maandag 21 december 2015

Baroness - Purple

Abraxan Hymns, 2015

 


Het verhaal is al vele malen uitgebreid verteld, maar toch nog maar even kort: in 2012, kort na het uitkomen van het derde Baroness-album 'Yellow & Green', gleed de tourbus van de band van de weg en maakte een diepe val vanaf een viaduct. Gelukkig vielen er geen doden, maar de weg terug was lang. Zanger/gitarist John Baizley moest maanden revalideren en ook emotioneel hakte het ongeluk er flink in. In 2013 verlieten bassist Matt Maggioni en drummer Allen Blickle de band. Geen wonder dus dat het volgende Baroness-album even op zich heeft laten wachten.

In de tussentijd heeft Baroness overigens wel de tijd gevonden om met nieuwe drummer Sebastian Thomson (Trans Am) en nieuwe bassist Nick Jost te gaan touren, waarbij in augustus jl. nog Tivoli De Helling in Utrecht werd aangedaan, waar een magnifiek optreden werd gegeven. De setlist van die avond bevatte louter bekende nummers en het publiek werd dus nog geen inkijkje in het nieuwe album gegund.

Wie, de voorgeschiedenis indachtig, denkt dat 'Purple' een donker album is geworden, zit er flink naast. Het is juist een plaat waar de vitaliteit en bevlogenheid vanaf druipt, overigens zonder dat het album als vrolijk is te bestempelen, want de teksten bevatten wel degelijk somberder elementen. Muzikaal zet Baroness met 'Purple' zonder twijfel een enorme stap vooruit. 

Waar op voorganger 'Yellow & Green', een dubbelaar, voorzichtig werd geëxperimenteerd met progrock, blijven die experimenten op deze plaat grotendeels achterwege. 'Purple' is veel korter (circa veertig minuten) en veel meer een rechttoe-rechtaan rockalbum. Vooral de eerste vier tracks van het album (Morningstar, Shock Me, Try To Disappear en Kerosene) laten een band horen die barst van de energie. Geweldig gitaarwerk, van Baizley en Peter Adams, en intense zang zijn bekende kenmerken van Baroness, maar niet eerder werd dat zo goed verpakt in pakkende songs met ijzersterke refreinen. 

Na die eerste vier nummers wordt wel even gas teruggenomen. Fugue is een ingetogen instrumental. De start van Chlorine & Wine is ook rustig, maar dan volgt een epische song met een sterke emotionele lading, waarin drums en gitaren excelleren. Het rustiger middenstuk van de plaat stoort geenszins; het intro van Chlorine & Wine is zelfs bijzonder fraai. Met het daaropvolgende en meest uptempo nummer van de plaat The Iron Bell gaat het gas er weer vol op.

Meer gitaarpracht is te vinden op Desperation Burns, waarop de band het meest naar traditionele metal neigt. Een van de langzamere nummers op de plaat is het, op een raar fragmentje na, afsluitende If I Have To Wake Up (Would You Stop The Rain?) dat perfect past als afsluiter. De tekst lijkt te handelen over de moeilijke weg terug na het ongeluk en de muziek is spannend, gelaagd en melodieus.

Waar op 'Yellow & Green' regelmatig de wat softere kant van Baroness naar voren kwam, schuift de band op dit album weer meer op richting metal, maar toch is het merendeels meer harde rock dan metal wat de klok slaat. Ten opzichte van de voorgaande drie albums zijn de songs dit keer meer gefocust, is het gitaarwerk nóg indrukwekkender en blijft het allemaal beter hangen bij de luisteraar. 'Purple' is kortom de beste plaat van Baroness tot nu toe. In maart is het viertal weer in Nederland en met deze plaat op zak kan het bijna niet anders of dat wordt weer een memorabel concert.

http://yourbaroness.com/ 



zondag 20 december 2015

Cannibales & Vahinés - Songs For A Free Body

Mr. Morezon, 2015

 


Na 30 jaar verliet zanger en mede-oprichter G.W. Sok in 2008 het Nederlandse punk/avant-garde/impro-instituut The Ex, maar daarna is hij allerminst op zijn lauweren gaan rusten. Hij presenteerde zich als schrijver, grafisch vormgever en acteur, en gelukkig ook nog steeds als zanger. Momenteel tourt Sok met de band The And en nu is er ook de tweede plaat met het Franse Cannibales & Vahinés, waarop Sok bewijst dat hij nog niets aan esprit verloren heeft.

Waren Soks teksten in de beginjaren van The Ex nogal zwart-wit, gaandeweg is hij zich steeds meer gaan ontwikkelen als een punkdichter die zijn maatschappijkritische blik verpakt in weldoordachte, snedige en humoristische teksten met literaire kwaliteiten. Het venijn is nog steeds aanwezig, getuige Goghsuckers, dat onschuldig start met een verhandeling over leven en gemoedstoestand van Vincent van Gogh, maar uitmondt in een giftige afrekening met de vercommercialisering van zijn werk, waarin grote woorden als "Butchers of the Arts", "the Slaughterers of Culture" en "Embarrassors of Good Taste" niet worden geschuwd

Het is Sok ten voeten uit, maar hij is veelzijdiger dan dat, zoals blijkt uit The Bus Is Late, waarin zijn humoristische kant in de tekst goed naar voren komt ("Who said this song had a happy end?", "This end is rather shit, I'd say"). Sok declameert een deel van de teksten zoals hij dat bij The Ex ook deed, maar er is bij Cannibales & Vahinés wat meer ruimte voor melodie en dus zang, en Sok heeft een bijzonder prettige, volwassen zangstem.

Alle aandacht op Sok vestigen doet echter het trio uit Toulouse dat hij vergezelt tekort. De avant-garderock van de Fransen is niet al te ontoegankelijk en heeft weliswaar wat raakvlakken met bands als The Ex en het Italiaanse Zu, maar ook genoeg eigens om Cannibales & Vahinés als originele entiteit te beschouwen. Na het al zeer geslaagde 'N.O.W.H.E.R.E.' uit 2012 weet Cannibales & Vahinés met 'Songs For A Free Body' weer volledig te overtuigen.

Opvallendste muzikant is baritonsaxofonist Marc Démereau, die een vrije rol heeft tussen de meer vastomlijnde gitaar-, drums- en zangpartijen. Zijn geïmproviseerde, tegendraadse saxspel klinkt vaak dwars door de zang heen en dat klinkt verbazingwekkend goed. De vocalen en het saxspel zijn even belangrijk en nergens zitten saxofoon en zang elkaar in de weg. 

Negen songs telt 'Songs For A Free Body' en negen keer is het raak. Speciale vermelding verdient Murder Poets, met in de tekst een stuk uit 'Les Poètes' van Leo Ferré, dat een dwingende repeterende groove kent, zo eentje waar Fire! normaliter in uitblinkt. Ook het sprankelende ritme van City Of Shades is om de vingers bij af te likken. Met de poëtische pracht van A Free Body eindigt het album rustig.

Voor The Ex geldt dat er leven is na G.W. Sok, nu met Arnold de Boer al enige tijd in de gelederen het muzikale avontuur doorgaat. Voor Sok geldt gelukkig ook dat er leven is na The Ex. En hoe!  'Songs For An Free Body' is een formidabele avant-garde rockplaat, waarop improvisatie, taalvirtuositeit en veelzijdigheid de belangrijkste kenmerken zijn.

https://gwsok.bandcamp.com/album/songs-for-a-free-body 



woensdag 16 december 2015

Thy Catafalque - Sgùrr

Seasons of Mist, 2015

 


Het Hongaarse Thy Catafalque bestaat uit één persoon, de tegenwoordig in Schotland verblijvende Tamás Kátai. Niet iets wat je in het metalgenre verwacht, maar het gaat hier dan ook om het avontuurlijke soort. 'Sgùrr' is het zevende album van dit avant-garde metalproject. Oorspronkelijk vormde Kátai een duo met Juhász János, maar sinds 2011 doet laatstgenoemde niet meer mee. Overigens zijn op Sgùrr net als op de voorgaande platen wel gastmuzikanten te vinden, maar zang, gitaren en elektronica worden verzorgd door Kátai.

Voorganger 'Rengeteg' uit 2011 was een topplaat, dus de verwachtingen voor het nieuwe album waren hooggespannen, zeker na vier jaar wachten. 'Sgùrr' maakt die verwachtingen waar en doet niet of nauwelijks onder voor 'Rengeteg'. De formule is nagenoeg hetzelfde gebleven, maar verschillen zijn er ook. Zo wordt door Kátai op deze plaat niet clean gezongen en dit album kent lange instrumentale stukken. Verder is deze plaat ten opzichte van de voorgaande zorgvuldiger opgebouwd, wat het geheel minder topzwaar maakt. Wel is de sound nagenoeg hetzelfde gebleven, maar 'Sgùrr' kent meer kleurschakeringen dan 'Rengeteg'.

De muziek van Thy Catafalque mag dan worden getypeerd als avant-garde metal, voor wie een portie metal wel kan hebben klinkt de muziek niet erg ontoegankelijk. Opvallend zijn de geprogrammeerde drums. Er komt dus geen drummer aan te pas, maar het drumgeluid is er niet minder om. Sterker nog, het is een van de sterke troeven van dit project. Voorts speelt Kátai niet alleen metal, maar klinken ook folkloristische elementen door in het geluid, gelukkig zonder dat het stempel 'folk metal' erop geplakt kan worden.

Aanvankelijk is er in de verste verte nog geen metal te bekennen. Na een kort gesproken intro trapt de plaat echt af met Alföldi Kozmosz en daarop overheersen akoestische gitaar en viool. De bepalende tracks zijn echter Oldódó Formák A Halál Titokzatos Birodalmában en Sgürr Eilde Mór, twee monsterlijke tracks die boven de vijftien minuten klokken en waarin van alles voorbij komt: death- thrash- en black-metal, industrial, maar ook folk en dance. Er gebeurt zoveel in beide nummers dat het niet allemaal in één keer is te bevatten. 

Niet alleen de gitaarriffs domineren op de plaat, de keyboardmelodieën zijn net zo belangrijk. De sfeer op 'Sgùrr' wordt naarmate het album vordert donkerder, met als uitschieter Sgürr Eilde Mór. Maar ook op het snelle Jura komt de donkere black metalkant van Thy Catafalque naar voren, al zorgen de keyboards voor een contrasterende folkmelodie.

'Sgùrr' is een erg afwisselend album waarop Kátai verschillende invloeden op knappe wijze tot een coherent geheel weet te smeden, zonder dat Thy Catafalque ook maar een moment in Opeth-achtige progrock verzandt. Het schijfje is overigens verpakt in een boekwerk met fraaie foto's die de sfeer van de plaat benadrukken. Het geeft een kleine meerwaarde aan een album dat op zichzelf al sterk genoeg is om de meer avontuurlijk ingestelde metalfan te overtuigen.

https://thycatafalqueuk.bandcamp.com/ 

zondag 13 december 2015

Live: Rats on Rafts, Die Nerven & Wolvon

Metropool, Hengelo

Vrijdag 11 december 2015

 

Die Nerven spelen drie concerten in Nederland en het Groningse Wolvon fungeert als voorprogramma. Metropool in Hengelo heeft Rats on Rafts aan het programma toegevoegd, waarschijnlijk om meer publiek te trekken. Uiteindelijk weten een kleine zestig mensen de weg naar Metropool te vinden. Die mensen zien een afwisselend programma met bands die enthousiast (Wolvon), plichtmatig (Rats on Rafts) en ronduit arrogant (Die Nerven) overkomen. 

Wolvon opent het bal en het trio brengt hun noiserock/postpunk met popinvloeden enthousiast voor het voetlicht. Er is zojuist een cassette verschenen, 'Notice/Cymbals', en de band heeft er veel zin in. Wolvon kan hard uithalen maar deinst er niet voor terug om zo nu en dan de voet van het gaspedaal te halen en in die rustiger stukken overtuigt Wolvon verrassenderwijs het meest. Naarmate het optreden vordert vallen de puzzelstukjes steeds beter op hun plaats en wordt het gebodene dus sterker. De ritmetandem doet zijn werk simpel en strak en zanger/gitarist Ike de Zeeuw gebruikt zijn gitaar niet louter als scheurijzer maar brengt wel veel overstuurde tonen voort. Echt wereldschokkend is het allemaal niet, daarvoor zijn de nummers te weinig memorabel en is de zang te beperkt, maar onderhoudend is het zeker wel. 

Wolvon

Het meest opzienbarende optreden van vanavond komt op naam van het Duitse Die Nerven, zowel in positieve als in negatieve zin. Om met dat laatste te beginnen: zelden een zo arrogante en het publiek minachtende band gezien. Het zal wel een act zijn en soms heeft het ook wel iets komisch, maar merendeels is de houding van met name drummer Kevin Kuhn en gitarist Max Rieger misplaatst. Het publiek reageert in de ogen van Die Nerven kennelijk niet enthousiast genoeg, reden voor de band om sarcastisch met het publiek mee te klappen. "What kind of place is this anyway?", vraagt Rieger zich af, waarna Dreck ingezet wordt. De lichtman wordt gevraagd het publiek in het felle licht te zetten, want dat staat maar veilig in het donker. Midden in een nummer wordt gestopt en net zolang gewacht tot iedereen stil is. De huisfotograaf van Metropool maakt tijdens de stilte een foto en wordt met gebaren gemaand te vertrekken. Halverwege het concert vindt Kuhn het nodig al zijn kleren uit te trekken en om een aantal keren zijn volledig naakte lijf te showen. Tijdens de feedback aan het einde van het laatste nummer begint Kuhn met het afbreken van het drumstel en Rieger ruimt ook alvast op. Een toegift zit er dus niet in. Waar een band als Raketkanon een arrogante houding wel staat, is dat bij Die Nerven, doordat de echte humor ontbreekt, niet het geval.

En dat is jammer, want wat de band muzikaal laat horen is erg overtuigend. De potige postpunk/noiserock is strak, gevarieerd en energiek en de songs sterk tot zeer sterk. Opener Die Unschuld in Person toont direct de spannende dynamiek waartoe het trio in staat is en het lange Hörst du mir zu? werkt zo hypnotiserend dat het wel een hele set zou mogen duren. Ook Barfuß durch die Scherben, dat gedragen wordt door een heerlijk baslijntje, is een hoogtepunt. De keihard knetterende bas van Julian Knoth is sowieso erg opvallend aanwezig en een troefkaart in het geluid van de band. Hoewel het laatste album 'Out' nog niet zo lang uit is, worden lang niet alle nummers van die plaat gespeeld; voorganger 'Fun' is even goed bedeeld in de evenwichtige set. De Duitstalige teksten doen het ook goed; het is zelfs een verademing om eens niet naar een Engelstalige band te hoeven luisteren. De verstaanbaarheid gaat live wel een beetje verloren, maar dat is niet echt bezwaarlijk. Muzikaal geven Die Nerven gewoon een geweldig optreden, maar laat in het vervolg die misplaatste arrogantie thuis, jongens!

Die Nerven

Rats on Rafts mag de avond afsluiten. Net als Die Nerven spelen de Rotterdammers postpunk, maar dan vermengd met new wave in plaats van noiserock. De band vindt het grappig om een paar kerstbomen op het podium te plaatsen. Gelukkig is iemand zo verstandig er na een paar nummers twee vanaf te halen omdat die bomen het zicht op de band belemmeren. 'Tape Hiss' heet de laatste plaat van Rats on Rafts en die is door de Nederlandse muziekpers enthousiast onthaald. Opduvel kan het veel minder bekoren en helaas maakt de band het er live niet beter op. 

De snelle nummers volgen elkaar op en lijken allemaal op elkaar. Klinken Rats on Rafts op plaat al niet erg helder, live is het geluid helemaal een brij en daardoor gaat elke nuance, zo die er is, verloren. De nummers dreinen in nagenoeg hetzelfde tempo door, zeker in het tweede gedeelte van het concert. De presentatie is ook niet erg begeesterd, uitgezonderd gitarist Arnoud Verheul die een dosis enthousiasme niet ontzegd kan worden.

Rats on Rafts

De vraag is of Rats on Rafts wel zo'n goede afsluiter is. Een handvol mensen verlaat de zaal voortijdig. Een programma met alleen Wolvon en Die Nerven had kunnen volstaan, maar dat is natuurlijk makkelijk praten achteraf. Gemengde gevoelens overheersen echter wel, terwijl het een topavond had kunnen zijn.

http://ratsonrafts.com/ 

http://dienerven.tumblr.com/ 

http://wolfatlas.nl/artist/wolvon 

donderdag 10 december 2015

Mostly Other People Do The Killing - Mauch Chunk

Hot Cup, 2015

 


Mauch Chunk was een plaats in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Was, want halverwege de twintigste eeuw, na een economische terugval als gevolg van de ineenstorting van de kolenindustrie, werd de plaats omgedoopt in Jim Thorpe. Door het stadje te noemen naar  de beroemde Amerikaanse atleet met Indiaanse roots hoopte men toeristen te trekken. Het jazzkwartet Mostly Other People Do The Killing noemt hun nieuwe plaat naar het stadje en de liner notes bij het schijfje behandelen slechts de lotgevallen van Mauch Chunk/Jim Thorpe. Geen woord over de muziek, maar goed om te weten waar de titel vandaan komt.

De muziek van Mostly Other People Do The Killing is op elk album geïnspireerd door een jazzstijl en daaraan geeft het kwartet steevast een eigen draai door vrijere passages op te nemen, waardoor niet slechts sprake is van pastiches. Composities, waarvan de titels steeds plaatsen in Pennsylvania betreffen, zijn van de hand van bassist Moppa Elliott, uitgezonderd de vorige plaat, 'Blue'. Dat betrof een dubieuze versie van het volledige 'Kind Of Blue'-album van Miles Davis. Die plaat werd noot voor noot nagespeeld, wat het kwartet op de nodige kritiek kwam te staan.

'Mauch Chunk' is het eerste album van het viertal onder leiding van Elliott waarop meestertrompettist Peter Evans niet van de partij is. Hij wordt niet vervangen door een blazer maar door pianist Ron Stabinsky, die eerder al met Mostly Other People Do The Killing speelde maar nu ook vast bandlid is. Evans wordt gemist, en dan met name zijn samenspel met altsaxofonist Jon Irabagon dat zo bepalend was op de andere platen van het kwartet.

Op 'Mauch Chunk' dus geen enververende interactie tussen twee blazers, maar er komt een samenspel tussen piano en saxofoon voor in de plaats dat ook de moeite waard is. Bovendien leeft Irabagon zich op deze plaat nog meer uit in fraaie solo's, niet langer 'gehinderd' door een trompet die ook zijn portie aan solo's opeist. Stabinsky toont zich overigens ook een volwaardig partner als solist.

Wellicht doordat het kwartet nu een pianist in de gelederen heeft, is het album geïnspireerd door hardbop en Mostly Other People Do The Killing geeft in brede zin vorm aan dat jazzgenre. 'Mauch Chunk' klinkt aanvankelijk wel erg veilig. Mauch Chunk is Jim Thorpe (for Henry Threadgill) opent de plaat op traditionele wijze, maar het ontregelende middenstuk laat horen dat we hier toch met een modern jazzkwartet te maken hebben. 

Drummer Kevin Shea is op dreef in Obelisk (for Dave Holland), een stuk dat wat vrijer klinkt dan de meeste andere stukken, maar waarin het hardbop-element met name door het pianospel toch overduidelijk aanwezig is. Hoogtepunt. Erg glad daarentegen klinkt het viertal in de ballad Niagra (for Will Connell), waarin het maken van een pastiche niet gepaard gaat met een eigen, moderne inbreng.

Gelukkig gaat Irabagon weer los op Herminie (for Sonny Clark) en Townville (for Brieanne Beaujolais) en blijkt eens te meer dat hij een buitengewone altsaxofonist is. Voorts kent 'Mauch Chunk' een opvallende door latin beïnvloedde track; West Bolivar (for Caetano Veloso) is een geslaagde bossa nova. Het relaxt klinkende slotstuk Mehoopany (for Frank Fonseca) wordt (opnieuw) door Irabagon naar grote hoogte geblazen.

Hoewel niet over de hele linie geslaagd, is 'Mauch Chunk' toch weer een mooie Mostly Other Do The Killing-plaat, waarmee het viertal wellicht wat door 'Blue' verloren gegane goodwill terugwint. Dat zou terecht zijn, want het is knap hoe deze muzikanten traditionele jazzmuziek een moderne draai weten te geven.

http://www.hotcuprecords.com/mopdtk_bio.html

dinsdag 8 december 2015

Steak Number Eight - Kosmokoma

Indie Recordings, 2015 

 


Niet alleen voor de betere noiserock, ook voor kwalitatief hoogstaande metal mag je tegenwoordig bij onze zuiderburen aankloppen. Na de geweldige plaat van Bliksem, 'Gruesome Masterpiece' van een paar maanden geleden is het nu de beurt aan het Wevelgemse Steak Number Eight om te schitteren, al lijkt het daar bij de eerste beluistering nog niet op.

De kracht van Steak Number Eight is het naadloos samenvoegen van verschillende metalstijlen. Ook op 'Kosmokoma' is dat het geval en het geluid van de band wordt zelfs verder uitgediept. Sludgemetal, postrock, progrock, doom metal, psychedelica, gitaarrock: het is allemaal terug te horen, maar dan wel ingebed in songs met een kop een een staart, ook als die songs de zes minutengrens passeren.

De eerste luisterbeurt leidt echter nog niet tot groot enthousiasme. 'Kosmokoma' blijkt weliswaar direct een plaat die welhaast uit zijn voegen barst van de muzikale ideeën, maar het lijkt ook een plaat die meer de bewondering opwekt dan dat er van valt te houden. Aan echte emotie lijkt het te ontbreken. De opbouw van de plaat werkt ook niet echt mee: na de eerste drie energieke tracks wordt het tempo drastisch naar beneden geschroefd en keert de kracht van die eerste drie nummers nog slechts sporadisch terug. 

Zo lijkt het aanvankelijk, maar schijn bedriegt, want wat volgt na de eerste drie opzwepende tracks, is wonderschoon. Neem bijvoorbeeld track nr. 4, Gravity Giants, een moloch van een nummer, zwaar en verslavend. De in koor gezongen strofen blijven nog dagenlang in je kop geramd zitten en de logge doom metalsound zuigt je mee de ondergrondse krochten in. Na een kleine vier minuten volgt een rustig intermezzo, waarna het nummer weer losbarst maar nu meer hoopvol gestemd. Gravity Giants is het prijsnummer, of beter gezegd prijsbeest van 'Kosmokoma'.

Charades schroeft het energiepeil vervolgens echt naar beneden; een akoestische gitaar doet zijn intrede, en dat is even wennen. Het nummer begint atmosferisch maar spannend, met dromerige zang, totdat progrock-terrein wordt opgezocht. De opbouw is fantastisch en doet ondanks wisselingen in ritme en dynamiek geen moment gekunsteld aan. Met Knows Sees Tells All wordt opnieuw dromerig terrein opgezocht, gevolgd door een heavier maar nog steeds traag gedeelte.

Claw It In Your Eyes is een stuk heavy gitaarrock en het meest toegankelijke stuk op de plaat. It Might Be The Lights is een ritmisch pareltje. Zanger/gitarist Brent Vanneste wisselt cleane vocalen af met een oerschreeuw en in beide zangvarianten overtuigt hij. En het gaat maar door met nummers van grote klasse: Cheating The Gallows is een sludge metal-epic en het daaropvolgende Future Sky Batteries heeft een sterke melodie en een emotionele lading waar normaliter Finse bands als Ghost Brigade en Insomnium patent op hebben. Space Punch breit vervolgens een fraai instrumentaal einde aan de plaat.

Dan nog even de eerste drie tracks. Opener Return Of The Kolomon is instrumentaal, op de geschreeuwde vocalen in het laatste gedeelte na. Het nummer kent psychedelische invloeden en doet vaag denken aan And So I Watch You From Afar. Het fabelachtige Your Soul Deserves To Die Twice heeft een episch karakter en kent slechts één, steeds terugkerende, tekstregel met daaromheen cirkelende riffs en solo's. Het korte en uptempo Principal Features Of The Cult is het meest directe stuk van de plaat; een stuk sludge metal dat het latere werk van Mastodon in herinnering roept.

Steak Number Eights nieuwe album is een plaat vol vernuft, maar het technische kunnen wordt verpakt in uitermate boeiende songs die bijna allemaal per luisterbeurt aan kracht en gevoel winnen. Het album is wel aan de lange kant. Met weglating van een paar songs was het geheel wellicht nog sterker geweest, maar bepalen welke songs dan zouden moeten afvallen is heel moeilijk want er staan geen mindere tracks op 'Kosmokoma', een plaat waar de klasse van afdruipt.

http://www.steaknumbereight.com/ 


vrijdag 4 december 2015

Clutch - Psychic Warfare

Weathermaker Music, 2015

 


Al vijfentwintig jaar is Clutch een constante factor in het stonerrockwereldje. Echt slechte platen heeft de band niet gemaakt, maar niet altijd was het heilige vuur aanwezig. Platen als 'Elephant Riders' uit 1995 en 'Blast Tyrant' uit 2004 toonden de Amerikanen uit Germantown, Maryland in topvorm, maar 'From Beale Street To Oblivion' uit 2007 en 'Strange Cousins From The West' uit 2009 overstegen de grauwe middelmaat niet.

En toen was daar in 2013 ineens 'Earth Rocker', de beste plaat uit de carrière van de band waarop de mix van stonerrock, hardrock en bluesrock door het ijzersterke en afwisselende songmateriaal beter klonk dan ooit. Twee jaar later ligt de opvolger in de schappen. Is er wat veranderd? Niet veel. 

En dat is maar goed ook, want 'Psychic Warfare' haalt weliswaar het niveau van 'Earth Rocker' niet, maar komt dicht in de buurt. Clutch haalt geen fratsen uit, doet geen poging zijn horizon te verbreden en dat hoeft ook helemaal niet zolang de muziek zo uitgesproken en groovy klinkt als op 'Psychic Warfare'. Hoewel veel nummers in hetzelfde stramien liggen, weet de band te grote eenvormigheid tegen te gaan.

Dat is met name het geval in het tweede gedeelte van de plaat, wanneer in twee nummers het tempo wat naar beneden gaat. Het in zes achtste gespeelde Our Lady Of Electric Light is een wiegend bluesnummer en afsluiter Son Of Virginia is een bluesy powerballad waarin wereldzanger Neil Fallon zijn kunnen volop etaleert. Het is sowieso een opvallend kenmerk van Clutch dat de nadruk op de zang ligt en de muzikanten hun groovende stonerrock in dienst stellen van Fallon.

'Psychic Warfare' opent met een kort en overbodig intro en eindigt met een eveneens kort en overbodig outtro dat vastgeplakt zit aan de laatste track. Laat de muziek toch gewoon voor zichzelf spreken! Minder is ook het snelle maar behoorlijk nietszeggende Noble Savage

Clutch is midtempo of in een langzaam tempo beter op dreef en gelukkig vallen de meeste songs in die categorieën. Het wel redelijk snelle X-Ray Visions is het eerste nummer op de plaat en klinkt veelbelovend, maar het is het daarop volgende trio songs, Firebirds, A Quick Death In Texas en Sucker For The Witch dat de plaat naar grotere hoogte tilt.  In A Quick Death In Texas knipoogt Clutch naar ZZ Top, zonder de typische ZZ Top-sound te kopiëren. 

Met 'Psychic Warfare' legt Clutch na het steengoede 'Earth Rocker' weer een mooie proeve van bekwaamheid af. Het songmateriaal is over bijna de hele linie sterk, zij het net iets minder sterk dan op de voorganger, en dat mag een prestatie worden genoemd van een band die al zo lang bestaat en in hun bestaan geen noemenswaardige koerswijziging heeft ondergaan. Clutch is bezig aan zijn tweede jeugd en laat die nog maar jaren duren.

http://pro-rock.com/ 



woensdag 2 december 2015

Vandal X - Vandal X

FONS, 2015

 


In Nederland kennen we Eindhoven Rockcity, maar voor een portie noiserock van de bovenste plank moet je tegenwoordig bij onze zuiderburen zijn. Eerder dit jaar baarde Raketkanon al opzien met hun tweede plaat (en hun spraakmakende optredens) en de afgelopen jaren deden ook bands als Kapitan Korsakov, Hypochristmutreefuzz, Onmens, Falling Man en Gruppo di Pawlowski van zich spreken.

Vandal X bestaat al twintig jaar en doet al twintig jaar waar de band goed in is, zonder dat enig compromis wordt gesloten. Het tweetal, Bart Timmermans (gitaar, zang) en Gunther Liket (drums) voelt zich thuis in de underground en doet zijn ding en dat doet het duo goed. Twintig jaar agressieve noiserock maken waar de energie vanaf spat, ik geef het je te doen. Vandal X klinkt nog steeds als een stel jonge honden. 

Toch is er wel iets veranderd ten opzichte van de voorgaande zeven platen. Het tempo is iets naar beneden gegaan, zo blijkt al meteen bij opener We've Had Enough, en Timmermans is meer gaan zingen in plaats van schreeuwen. Het gebeurt zonder dat het ten koste gaat van de brute impact van de muziek. De band geeft niet steeds vol gas, maar weet de agressie te doseren. Denk overigens niet dat 'Vandal X' geen agressieve plaat is, integendeel, maar ook in de heftiger passages is er altijd controle; nergens vliegen de heren uit de bocht, al scheelt het soms niet veel.

De songs die 'Vandal X' bevolken mogen dan noisy zijn, catchy zijn de meeste nummers ook. Het komt de herkenbaarheid van de plaat ten goede: melodieën spoken nog in je hoofd lang nadat de plaat zijn rondjes heeft gedraaid. Echt zwakke broeders zijn op het album niet te vinden, al is de cover van The Monkees (Steppin' Stone) overbodig.

Groovy klinkt Vandal X in Bad Mother, oprecht boos in Hate You Already en venijnig in Facebook WhoreAf ten toe schuurt de sound tegen het geluid van Raketkanon aan (Flashlight), maar bedenk wel dat Vandal X er eerder was. Dat het tweetal niet echt grote muzikale avonturen aangaat, zij ze vergeven, want op  'Vandal X'  wordt brute kracht aan toegankelijke melodieën gekoppeld en die combinatie is niet te versmaden.

Blijft over de verzuchting 'waren er in Nederland maar meer van dit soort bands'. Maar ach, als die Belgische herriemakers maar vaak genoeg Nederland aandoen valt er niet zoveel te klagen.

https://www.facebook.com/vandalx1995/ 



maandag 30 november 2015

Powerjazz-trio The Thing flikt het weer

The Thing - Shake

The Thing Records/Trost, 2015


Voor wie denkt dan jazz anno 2015 alleen nog maar het herkauwen van ouwe meuk is: luister naar The Thing! Jazz is niet dood, het is springlevend en het gaat er soms hard aan toe. Kwestie van je eigen eigenwijze ding doen en ogen en oren open houden voor andere muzieksoorten dan fifties- en sixties-jazz. The Thing is zo eigenwijs en deinst er ook niet voor terug de luisteraar te trakteren op een bak stevige noise.

Nu hebben we hier ook niet te maken met de eerste de besten. Drummer Paal Nilssen-Love, bassist Ingebrigt Håker Flaten en saxofonist Mats Gustafsson zijn in het vrije impro-wereldje vaak geziene gasten en hun samenwerkingsverbanden met muzikanten uit de vrije impro-scene zijn er teveel om op te noemen. Een potje vrij improviseren is de heren dus wel toevertrouwd, maar met evenveel gemak legt het trio een verslavende groove neer.

Na de verrassende maar zeer geslaagde samenwerking met Neneh Cherry in 2012 ('The Cherry Thing') en het potige 'Boot!' uit 2013, weet The Thing op 'Shake' iets van een middenweg te vinden tussen die twee platen. De muziek is vrij maar allerminst structuurloos en invloeden uit freejazz, rock, noise en folk worden naadloos geïntegreerd in het Thing-geluid.

Gustafsson laat in de opening van het album meteen horen wat voor beestachtige saxofonist hij is. Zijn schreeuwende sax in Viking Disco/Perfection bepaalt direct de toon. Na een furieus begin met een heerlijke groove volgt een vrij geïmproviseerd gedeelte, waarna het tweede gedeelte, Perfection van Ornette Coleman, perfect daarop aansluit. Perfection is trouwens niet de enige cover op 'Shake'.

Die covers zijn een goed bewijs van de veelzijdigheid van het trio en van de verschillende invalshoeken van waaruit de Noren en de Zweed opereren. In het korte The Nail Will Burn, van de Engelse psychedelische rockband Loop, worden de spacey effecten van het origineel weggelaten en dat leidt tot een kale rocksound die wat het aan psychedelica mist compenseert met een enorme stootkracht, waarbij Nilssen-Love zijn bekkens zowat aan gort lijkt te slaan. Wyrd Visions is het eenmans avant-garde folkproject van de Canadees Colin Bergh. Van de plaat 'Half-Eaten Guitar' covert The Thing Sigill. Ook hier blijft van de psychedelica van het origineel niets over, maar de repeterende, hypnotiserende contrabaslijn van Håker Flaten doet je toch in hoger sferen belanden.

Langste en misschien ook wel fraaiste stuk op de plaat is Aim, van de hand van Gustafsson. Gebaseerd op een bas-drums-baritonsax hartslag die eindeloos door mag blijven gaan, krijgt het trio gaandeweg gezelschap van altsaxofoniste Anna Högberg en cornettist Goran Kajfeš, waarna het spel steeds vrijer wordt, de groove stopt en een paar minuten heerlijk door elkaar getoeterd wordt. De groove keert weer terug maar wordt steeds rustiger. Högberg en Kajfeš blijven een beetje tegensputteren maar leggen zich uiteindelijk neer bij het onvermijdelijke einde. 
 
Nilssen-Love gaat vervolgens weer helemaal loos op Bota Fogo (zijn compositie) waarin halverwege de bas wegvalt en hij de wedstrijd wie het meest agressief uit de hoek kan komen zowaar wint van Gustafsson. Maar het is niet alleen agressie en kracht wat de klok slaat op Shake. Met name Håker Flatens Til Jord Skal Du Bli toont ook de melodieuze kant van The Thing, en afsluiter Fra Jord Er Du Kommet, eveneens van Håker Flaten, is zelfs een sferische maar spannende ballad.

The Thing flikt het na het toch ook niet misselijke 'Boot! gewoon weer: een powerjazz-plaat maken die intrigeert en hypnotiseert. Het is alweer bijna jaarlijstjes-tijd. Het wordt dringen, maar dat 'Shake' een kandidaat is moge duidelijk zijn.



 

vrijdag 27 november 2015

Corrections House brengt furieuze industrial sludgemetal

Corrections House - Know How To Carry A Whip

Neurot Recordings, 2015


Corrections House is toe aan zijn tweede album en dat album komt hard aan. Scott Kelly (Neurosis), Mike IX Williams (Eyehategod), Bruce Lamont (Bloodiest, Circle Of Animals, Yakuza) en Sanford Parker (o.a. Nachtmystium, Mink, Circle Of Animals, Buried At Sea) vormen een industrieel gezelschap dat je met een fout woord 'supergroep' zou kunnen noemen. Fijn is dat Corrections House meer is dan de som der delen.

Was voorganger 'Last City Zero' al een flinke oplawaai, 'Know How To Carry A Whip' doet daar nog een schepje bovenop. De nieuwe plaat is meer uitgesproken en coherent, met slechts één minpuntje. Daarmee beginnen dan maar: Visions Divide, geplaatst in het hart van de plaat, is met zijn akoestische gitaar een folky aandoend nummer dat de soloplaten van Scott Kelly (of van die andere Neurosis-gitarist, Steve Von Till) in herinnering roept en dat een rustpunt is in het geweld eromheen. De behoefte aan een rustpunt is er echter niet, en Visions Divide is dan ook overbodig.

Voor het overige biedt Corrections House op hun tweede plaat furieuze industrial sludge die ruig, smerig en zelfs gewelddadig klinkt. De agressiviteit spat van de muziek af, alsof Ministry en Neurosis in een hevig gevecht zijn gewikkeld. Luisteren naar 'Know How To Carry A Whip' kan dan ook een uitputtingsslag zijn, zeker de eerste luisterbeurten, maar eenmaal aangestoken door de strakke, machinale en volle sound doet het alleen nog maar verlangen naar meer.

Williams en Kelly verdelen de vocalen, zoals meteen op opener Crossing My One Good Finger te horen is. De stemmen van beide schreeuwlelijkerds passen perfect bij elkaar, waarbij vooral bij Kelly niet is te ontkomen aan de gedachte aan die andere band waarin hij zingt. Williams zingt/schreeuwt niet alleen, maar declameert zijn teksten ook regelmatig. Muzikaal zijn het vooral de synths van Parker die het hypnotiserende werk doen, terwijl de gitaren de voor de metal-injectie zorgen. 

In het trage Superglued Tooth zijn de synths juist ontregelend bezig; af en toe ontstaat de neiging om te checken of het wel klopt. White Man's Gonna Lose heeft een eighties-feel, maar met een erg harde metalige rand die destijds nog niet geserveerd werd. Dit gecombineerd met het dansbare ritme maakt dit nummer tot een eerste hoogepunt op 'Know How To Carry A Whip'.

Vermeldenswaard zijn voorts twee langere tracks op het album: When Push Comes To The Shank en het afsluitende Burn The Witness: twee verslavende industrial sludgetrips, waarbij in de eerstgenoemde track jazz en echo's van Joy Divison zijn terug te horen en de afsluiter je dwingend de diepte in sleurt. Daar tussenin spuwt Williams zijn gal in het spoken word-stuk I Was Never Good At Meth.

Het artwork van 'Know How To Carry A Whip' doet weer militant en fascistoïde aan. Dit wordt versterkt door de uniformen waarin de heren live optreden. Militant is de muziek zeker, en dat in de goede zin van het woord. Corrections House blaast je met hun rusteloze, furieuze industrial sludgemetal omver en laat je versuft en verbluft achter. Oncomfortabele teringherrie. Heerlijk!

http://www.neurotrecordings.com/artists/correctionshouse/correctionshouse.php